Historische gebouwen in Lopikerkapel
Het valt misschien niet direct op, maar in Lopikerkapel zijn verschillende historische gebouwen te vinden. De gebouwen die het vermelden waard zijn, worden hier besproken: Huis te Vliet, de Lopikse kapel, het Ooievaarsnest, het koetshuis, het meestershuis, de bakkerswoning, het oude gemaal, Buurthuis d' Ouwe School en café 'de Roode Leeuw'.
Huis te Vliet
Het Huis te Vliet wordt voor het eerst genoemd in 1375 in een oorkonde(1). Mogelijke bouwers van het kasteel zijn Henric van den Damme en Tyman Schorre, aanzienlijke figuren in de stad Utrecht en eigenaren van het Huis te Vliet. Maar ook is een zekere Giselbertus Bokel van den Vliet iemand om niet te vergeten. Hij zou ook best eens het kasteel gesticht kunnen hebben, toen hij leenman was in dit gebied. Aan hem zou het kasteel dan haar naam te danken hebben. Het blijft gissen naar de exacte waarheid. Zeker is in ieder geval wel, dat het een luisterrijk gebouw was en geliefd bij haar bewoners. In het jaar 1538 wordt het Huis te Vliet erkend als ridderhofstad.
Foto kasteel 1646
In de loop der eeuwen is er echter veel verbouwd aan het ‘Huis te Vliet’, vanwege geldgebrek of modernisering of uit pure noodzaak, zoals in 1672 toen de Fransen het huis ‘geweld’ hadden ‘aangedaan’. In de 17e eeuw werd het huis weer mooi opgeknapt en werd de hoofdingang verplaatst van de noord -naar de zuidkant, waar deze zich tot op heden nog bevindt.
Het voorplein en alle lanen werden beplant met voornamelijk eikebomen en er werden ook bijgebouwen gemaakt, die later werden aangeduid als koetshuis en oranjerie. Ook werden er duiventillen neergezet en ontstond waarschijnlijk ook in deze tijd de ‘voorlaan’ (de huidige Notenlaan). Ook hier werden eiken geplant. In deze tijd was er ook nog steeds een toren op het huis te vinden. Tot het begin van de 19e eeuw bleef het huis en het park eromheen in deze staat.
Foto kasteel
Verbouwingen volgden weer, waarbij het huis steeds minder op een kasteel ging lijken. De grachten werden gedempt, de toren en de westvleugel werden afgebroken, de eiken werden (gedeeltelijk) gerooid of later gevorderd door de Duitsers in de tweede wereldoorlog, de brug over de gracht was in verval geraakt en afgebroken, er werd een verdieping weggehaald in het huis en ook de oranjerie werd ingrijpend verbouwd. En enkele jaren geleden is het laatste restje van één van de hekpijlers verdwenen.
Ondanks deze aftakeling mag het Huis te Vliet er nog steeds wezen. Er zijn nog veel sporen van de rijke geschiedenis te vinden. Het oudste gedeelte is ongetwijfeld de begane grond, waar de muren nog opgebouwd zijn uit kloostermoppen en waar zich ook de bewuste ‘geheime gang’ -zoals deze in de volksmond heet- begint. De huidige eigenaar is bezig het huis stap voor stap op te knappen en tracht hierbij zoveel mogelijk de oude details te sparen. Dit huis met haar rijke historie blijft een huis waar Lopikerkapel trots op kan zijn!
(1): R.J. Ooyevaar; 'Huis te Vliet en Hofstede te Vliet in Lopikerkapel'
NB: het Huis te Vliet is niet te bezichtigen
De kapel
Zevenhoven behoorde tot de kerspel (parochie) van Lopik, maar aangezien het voor de gelovigen uit Zevenhoven en het oosten van het gerecht Lopik een grote afstand was tot de kerk van Lopik, besloot men een hulpkerk of kapel te stichten voor deze mensen. De kapel stond net binnen de grenzen van Lopik en kreeg de naam Lopikerkapel.
Vermoedelijk is de kapel al in de 13e eeuw gesticht, want in 1327 ontstond tussen het kapittel St. Marie en Giselbertus Bokel van Vliet (heer van het Huis te Vliet dat in het gerecht Lopik stond, vlakbij de kapel) onenigheid over het benoemingsrecht van de kapelaan. Dit is het bewijs dat de kapel in ieder geval al in 1327 bestond. (1)
De huidige kapel is in de 15e eeuw gebouwd ter vervanging van bovengenoemde oude kapel. Ze werd nu gebouwd op Zevenhovens grondgebied; iets meer oostwaarts van de eerste kapel, die -zoals gezegd- op Lopiks grondgebied lag. In 1620 werd de kapel tot zelfstandige kerk verheven.
De kapel
De kerk is meerdere malen verbouwd en gerestaureerd, maar er zijn nog veel oude details te zien. ‘Een in baksteen opgetrokken, witgepleisterde eenbeukige kerk. Het koor gebouwd in Gotische stijl, het schip vertoont nog Romaanse invloeden’, aldus de beschrijving van F. Gaasbeek en T. Winkelman . (1)
Het meubilair dateert uit de 17e eeuw, er is een memoriebord uit 1620, en het houten schotwerk tegen de scheidingsmuur tussen consistoriekamer en kerkzaal draagt een schildering van de Tien geboden en de Twaalf artikelen van het geloof (1771). (2)
Op de kansel is een koperen lessenaar bevestigd, in 1766
geschonken door Jan Hendrik van Panhuys, heer van Vliet en zijn vrouw
Geertruida Catarina Westpalm. Deze man was erg invloedrijk in het gerecht Lopik
en Zevenhoven en dus ook in de daar aanwezige kerk.
De lessenaar
Ook het uurwerk met meelopende maanstand is erg bijzonder en uniek in Nederland. De klok in de toren heeft als randschrift: “Gerhart Schimmel heft mi gegoten voor Jacob Vermaten 1682”. Tijdens de tweede wereldoorlog is de luidklok een tijdje ‘ondergedoken’ geweest, maar werd na de oorlog teruggevonden op en bijzondere gelegenheden.de bodem van het IJsselmeer in een gezonken schip. Sindsdien beiert de klok alweer jaren op vaste tijden
De klok met maanstand
(1)
F. Gaasbeek en T. Winkelman; 'Lopik, geschiedenis en
architectuur'
(2)
B. Oldemeirink ea; 'Kastelen en Ridderhofsteden in Utrecht'
Er valt nog veel meer te vertellen over de kapel, zoals het deurtje van
de baron, verdwenen graven en anekdotes uit vroeger tijden. Voor een
rondleiding kunt u bellen met de koster van de kerk, dhr. Gijs van Kooten, tel:
030-6885954
Het Ooievaarsnest
Aan enkele elementen van het huis is nog af te leiden dat het wel een heel oud bouwwerk betreft. Allereerst bevindt zich in het westelijke deel nog een gewelvenkelder en tevens een heel ouderwetse deur, die enkele eeuwen oud moet zijn. Verder zijn er allerlei voorwerpen opgegraven in de tuin aan de oostzijde, volgens overlevering uit de tachtigjarige oorlog, maar archeologen weerspreken dit. Zij gaan er ook vanuit dat het Ooievaarsnest gewoon een versterkte boerderij is geweest en geen klooster.
En tot slot natuurlijk de naam. Waar komt die vandaan? Ook daarover zijn de meningen verdeeld. Sommigen beweren dat er vroeger veel ooievaars kwamen broeden op de schoorste(e)n(en) van het huis. Anderen zeggen echter dat er in vroeger tijden ongehuwde zwangere vrouwen bij de nonnen kwamen bevallen en dat daarom de ooievaar wel erg vaak langs kwam daar!
Buurthuis d' Ouwe School
Oorspronkelijk bevond de school van Lopikerkapel zich op de
plaats waar nu de pastorie staat. Om de bouw van een pastorie mogelijk te
maken, werd er een nieuw schoolgebouw neergezet in 1887: het gebouw dat nu
dienst doet als buurthuis. In een gevelsteentje linksvoor is het bouwjaar te
zien. Vroeger zat deze steen in de rechterzijgevel gemetseld.
Het schoolgebouw is opgetrokken uit handvormbaksteen in Hollandse
neorenaissancestijl, met trapgevels voor en achter. Het is een beeldbepalend
gebouw voor de dorpskern van Lopikerkapel.
Het koetshuis
Het koetshuis
Aan dit verhaal wordt nog gewerkt.
Het gemaal
Op de fundamenten van de wipwatermolen (gebouwd rond het jaar 1600) is in 1905 het machinehuisje gebouwd voor de motor die het gemaal aan moest drijven. Het gemaal moest ervoor zorgen dat het teveel aan water in de polder Batuwe geloosd werd op de Enghe IJssel (de wetering die langs de Lopikerweg oost loopt).
De opvolger van de molenaar werd de machinist, die eerst de petroleummoter en later de
dieselmoter moest onderhouden en op tijd in –en uit moest schakelen. Een hele
verantwoordelijke baan, omdat de waterstand in de polder afhankelijk was van
het gemaal. (1)
Naast dit machinegebouw aan de Batuwseweg, is tevens het molenaarshuis te vinden. Dit huis is ook op oude fundamenten gebouwd en dateert uit 1857.
(1) Willem van Bezooyen, oud-machinist gemaal 'De Batuwe'
(2) Utrechts Nieuwsblad, 10 januari 2002
Het meestershuis
Beeldbepalend voor de kern Lopikerkapel is de onderwijzerswoning, gebouwd in 1860. Het hoorde bij de school, die er vroeger naast stond.
Het Meestershuis
‘Centraal in de naar de weg gekeerde gevel ligt de
voordeur met halfrond bovenlicht in een neorenaissancistische omlijsting.’ (1)
Ook bevinden zich in de voorgevel 2 schuifvensters met luiken; zulk soort
vensters zitten ook in de zijgevel. Voor het huis twee leilinden en het plaatje
is compleet.
(1) F. Gaasbeek en T. Winkelman; 'Lopik, geschiedenis en architectuur'
De bakkerswoning
De bakkerswoning
Het huis van de bakker is ook een van de beeldbepalende huizen van de dorpskern Lopikerkapel. Er zijn verhalen dat dit huis vroeger herberg 'De Prins' moet zijn geweest: de herberg waar het bestuur van het gerecht Sevenhoven vergaderde. Bewijzen hiervoor zijn echter nooit gevonden.
Dat het huis ooit een herberg is geweest, is goed mogelijk. Een deskundige heeft de binnenkant van het huis, en met name de zolder, bestudeerd. Er zijn aanwijzingen dat het ooit een herberg was, maar of het herberg De Prins was, dat blijft tot nog toe een raadsel.
De Roode Leeuw
De Roode Leeuw is ook een karakteristiek pand in de
dorpskern Lopikerkapel. Het bevindt zich nog net binnen de bebouwde kom en
dateert uit het jaar 1870. Dit staat ook vermeld op de voorgevel. De aanbouw
aan de rechterzijde dateert uit de jaren ’30 van de vorige eeuw. Al generaties
lang is dit woonhuis/boerderij/café in het bezit van de familie van Lent.
De eerste ‘Van Lent’ was mevrouw Teun van Lent. Zij was geboren in 1879 en trouwde later met Thomas Heijman, die het café overnam. Eén van de broers van Teun was Jan. Hij had de boerderij aan de achterzijde van het café. Jan van Lent was de opa van de huidige eigenaren: Annelies en Truus.
De Roode Leeuw
In een boek van de schrijver Herman de Man komt het
café reeds voor als pleisterplaats voor kooplui, handelaren en de boten met
handelswaar die van Schoonhoven naar Utrecht via de Lopikerwetering, de Enge
IJssel, voeren. Ook in ‘de Boerenbruiloft van 1936’, geschreven door Ernst van
Oosterom, komt de Roode Leeuw voor:
“
't Was overvol in de Roode Leeuw. Het waren meest boeren uit Benschop
die naar de verkoping van de boerderij van Stillen Willem gekomen
waren."
Ook nu wordt er weer op de Enge IJssel gevaren volgens dezelfde route: als recreatiedagtocht vanuit IJsselstein naar Lopikerkapel. Pleisterplaats is ook weer de Roode Leeuw.